| De identiteit van een christelijk leider |
|
|
|
|
Strategieën voor effectief leiderschap genoeg. Maar zonder bijbelse zelfkennis, schieten zelfs de beste modellen tekort. Een zoektocht naar de identiteit van een christelijk leider.
Niet kunnen omgaan met kritiek op preken. Neerkijken op lager geschoolde medewerkers. Patsen met een (te) dure auto of indrukwekkende collectie theologische boeken. Niets menselijks is leiders vreemd. Ook een – bewust of onbewuste – worsteling met de identiteit niet. Leidinggevenden lopen – misschien nog wel meer dan anderen – gemakkelijk in de valkuil hun identiteit in hun status te zoeken: “Ik ben wat ik bereik.” Grote miskleunen in leiderschap zijn het gevolg. Want de mensen om hen heen zijn de dupe.Voorbeelden van met zichzelf worstelende leiders genoeg. Voorbeelden uit boeken, maar ook uit het dagelijks leven. Uit het bedrijfsleven, maar ook uit de kerk. Van seculiere leiders, maar ook van christenen. Laat ik een voorbeeld dichtbij huis noemen. Een waarvan mij eigen vrouw de dupe werd.Zij werkte enige tijd als secretaresse van een cardiologenteam in een academisch ziekenhuis. Haar direct leidinggevende was het hoofd van de afdeling. Een bijzonder intelligent man die binnen zijn vakgebied het hoogst haalbare had bereikt, gepromoveerd en al. Een man dus om tegen op te zien.Dit totdat duidelijk werd dat hij weliswaar bijzonder geleerd was, maar in de omgang met zijn medewerkers danig tekort schoot. De arts legde zo’n nadruk op zijn intellect, dat dit ten koste ging van de sociale omgang met de mensen om hem heen. Voor zijn gevoel van eigenwaarde leunde hij op zijn positie als leidinggevende. Concreet betekende dit dat de beste man neerkeek op zijn ondergeschikten, hen niet respectvol behandelde en hen soms zelfs botweg negeerde.Zijn status was zijn alles. Zijn behoefte naar betekenis, haalde hij uit zijn prestaties. Sollicitatiebrieven waarin voor zijn naam niet keurig al zijn titels vermeld stonden, werden rücksichtslos bij mijn vrouw op het bureau teruggelegd. “Deze mensen beantwoord ik niet. Laat ze eerst maar eens uitzoeken wie ze voor zich hebben.” TreblinkaLeiders zonder duidelijke basis voor hun identiteit liggen vaak zo met zichzelf in de knoop, dat ze een ramp zijn voor de mensen om hen heen. Het is niet verkeerd een behoefte naar betekenis te hebben. Een diep verlangen naar waardering hebben we allemaal. Punt is alleen dat we de gekste dingen doen om die waardering te krijgen. We doen een moord voor complimentjes, voor ontzag en voor respect. Soms zelfs letterlijk. Kijk bijvoorbeeld naar Kurt Franz, alias ‘Lalka’, hoofd van het vernietigingskamp Treblinka in de Tweede Wereldoorlog. In het boek Treblinka geeft auteur Jean Francois Steiner een prachtige, maar tevens angstaanjagende, beschrijving van de kampbeul: “Onberispelijk in zijn zwarte uniform, de pet iets scheef en met glimmende laarzen kwam ‘Lalka’ daar met lichte pas aanstappen, als een sportman die goed in vorm is en hij sloeg af en toe met een stokje in de lucht, dat hij alleen maar neerlegde om de een of ander met zijn vuisten te bewerken. Iedereen heeft zijn element, waar hij zich volkomen op zijn gemak voelt, waarin voor hem een nieuwe dimensie mogelijk wordt. Het element van Kurt Franz was Treblinka. Als hij zijn burgerpakje aantrok om met verlof naar zijn goeie Duitse stadje te gaan, veranderde hij opeens in zo’n meneer Onbenul, waarvan het krioelde in nazi-Duitsland. Groot, bleek, futloos, met doffe, nietszeggende ogen, groen hoedje op, kleurloos namaak-wollen pakje aan. Deze meneer Kurt Franz was bepaald niet indrukwekkend. Als een vaal en vaag mannetje nam hij de plaats in het leven van alledag weer in. Maar als Kurt Franz in Treblinka terug was, in zijn koninkrijk aan de grens van het Reich, dat werd hij weer ‘Lalka’, de vorst van de Dood. Zijn koninkrijk was maar klein, twintig hectaren met prikkeldraad er omheen; maar zijn onderdanen waren zo talrijk, dat dit hem niet hinderde. Hij had absolute macht over hen, alleen maar begrensd door het leven, en dat is normaal voor een vorst van de Dood. En als hij over de paden van zijn domein stapte met zijn scheve pet, glimmende laarzen en nauwsluitend uniform, dan ging er voor de gevangenen een rood lampje branden.” De modale Kurt Franz haalde zijn eigenwaarde uit de macht die hij kreeg in het vernietigingskamp Treblinka. Honderdduizenden joden werden onder zijn leiding naar de gaskamers afgevoerd. De joden die tijdelijk mochten blijven leven, sidderden van angst voor hem. Franz greep de kleinste kans aan om zijn macht te tonen door een “luie jood” op de meest gruwelijke wijze dood te martelen. Alles diende zijn eigenwaarde. Kurt Frans, de vorst van de Dood.Zo afschrikwekkend als Kurt Franz zullen de gevolgen van ons tekort aan eigenwaarde hopelijk nooit worden. Maar ook op kleine schaal kunnen wij voor slachtoffers zorgen. Het falen van leiderschap is volgens onderzoeken voor 90 procent te wijten aan karakterzwakte. Zaak dus hier iets aan te doen. Een leider is namelijk een voorbeeld voor anderen.
Fundering Leidinggevende kunnen volgens Covey kiezen uit twee wegen de ene weg leidt naar middelmatigheid en de ander naar grootsheid. De laatste weg kunnen we alleen inslaan wanneer we innerlijk groeien. Een groei die van binnen naar buiten gaat. Een groei ook die alleen door werking van de Heilige Geest ingezet kan worden.En juist hier moeten christelijke leiders zich dus onderscheiden van niet-christenen. Alleen christenen hebben een rots waarop ze altijd kunnen bouwen. God geeft ons namelijk een identiteit die niet afhankelijk is van de omstandigheden, maar die onwankelbaar is. Als christenen zijn wij in Christus. Nieuwe mensen, met een nieuwe identiteit. Volgens de Deense theoloog en filosoof Søren Aabye Kierkegaard is het een zonde om onze identiteit op iets anders te bouwen dan op God. Tim Keller, voorganger van Redeemer in New York, gaat hier verder op in door te stellen dat ieder mens zijn fundering zoekt bij een redder. “Dit geldt voor iedereen. Of je nu denkt religieus te zijn of niet. We zoeken allemaal iets of iemand waarop we onze identiteit bouwen. Iets waaruit we onze zekerheid en eigenwaarde halen. Dit kan macht zijn, of waardering, een goedlopende carrière, een echtgenoot, je intellect. We kijken allemaal naar iets dat ons een goed gevoel geeft en ons leven zin geeft.”Keller gaat verder: “We moeten beseffen dat we onszelf slaaf maken van onze redder. Als niet Jezus, maar iets of iemand anders het centrum van je leven is, ben je een slaaf. De angst dat er iets fout gaat met onze carrière, met onze familie, onze status etc. beheerst ons leven.”Ook John P. Foppe, auteur van Wat is jouw excuus? gaat in zijn boek op dit onderwerp in. De schrijver, die werd geboren zonder armen, is er van overtuigd dat als we toestaan dat ons ‘doel’ ons ‘zijn’ bepaalt, we het gevaar lopen bij iedere bocht in onze levensweg verslagen te worden. “Ons gevoel van eigenwaarde is een soort golfbeweging, afhankelijk van onze laatste prestaties of falen.”
Zoon van de Koning Voor christelijk leidinggevenden is het daarom essentieel om op te zoek te gaan naar hun identiteit in Christus. Een zoektocht die alleen door de werking van de Heilige Geest echt vruchtbaar kan zijn. Laten we naar een voorbeeld kijken om te zien wat deze nieuwe identiteit in praktijk betekent. Er was een jonge man, een coming man met een uitstekende baan, goede vooruitzichten, fraaie woning, snelle wagen… Maar helaas: hij werd ontslagen. Buiten zijn schuld, maar toch. Spijtig, want de arbeidsmarkt was krap. Gelukkig vond hij vrij snel een nieuwe baan, en weer maakte hij carrière. Anderen bewonderden hem. Toen volgde een nieuwe tegenslag: de onderneming ging failliet. Zo stond hij wéér op straat. Hij solliciteerde en hij zocht… Totdat z’n eerste bedrijf hem ten slotte weer aannam. Maar een andere functie dan kantoorbediende was er voorlopig niet.Op een avond had die jongeman een uitnodiging aangenomen om deel te nemen aan een forumdiscussie. Maar plotseling brak het zweet hem uit. Plotseling besefte hij dat de voorzitter elk van de panelleden zou vragen zich aan het publiek voor te stellen. Helemaal rechts zat professor X van de beroemde plaatselijke universiteit. Naast hem zetelde directeur Y van een bedrijf met zo’n 2000 werknemers. Links troonde een vrouwelijke manager, die verschillende boeken op haar naam had staan. En daar zat hij. Wie was hij nu helemaal? Altijd was zijn status omschreven in termen van salaris, auto’s, zakelijk instinct. Maar nu?Die jongeman was christen. En dus bad hij God om wijsheid. En wijsheid kréég hij. Zijn gezicht klaarde helemaal op. Want opeens was hij zich bewust van zijn nieuwe positie. Ik, zei hij, ik ben een zoon van de Koning. (Bron: Nederlands Dagblad, 26-9-1997) De andere panelleden keken verbijsterd op toen ze de jonge man hoorden zeggen dat hij de zoon van de Koning was. Was het niet wat vreemd wat hij zei? Maar toch… Die jongen zei niets anders dan de waarheid. Als christen is hij de zoon van de Koning. Wanneer we als christelijk leidinggevenden werkelijk verschil willen maken, zullen we open moeten staan voor Gods stem. Het is Gods Geest die ons – door de Bijbel en in onszelf – toeschreeuwt en toefluistert dat we in Christus waardevol zijn. Wanneer we naar deze stem luisteren, zullen we inzien en tot op het bot beseffen dat wij in Christus zijn. De Bijbel is er duidelijk over: in Christus zijn wij al geliefd en geaccepteerd. We hoeven hier zelf niets meer voor te doen. Wat we proberen te bereiken met bijvoorbeeld status en een dikke portemonnee, hebben we al in Christus. Wanneer we ons dit eigen maken, zal er een enorme last van onze schouders vallen. Een verandering die voor medewerkers niet ongemerkt zal blijven. “Niet wat we doen, bepaalt wie we zijn. Wie we zijn bepaalt wat we doen,” aldus Neil T. Anderson. We zullen christenen - en dus leiders - van betekenis worden als we beseffen dat we in Christus zijn. In Christus zijn wij het licht en het zout van de wereld. In Christus zijn wij Gods tempel. In Christus zijn wij kinderen van God. Pas wanneer wij ons bewust worden van onze onwankelbare identiteit in Christus, kunnen we onze onderneming en onze gemeente echt veranderen. We worstelen niet langer met onze identiteit en ontdoen ons van onze emotionele gezwellen. Een verandering die effect moet hebben op gemeenteleden en medewerkers. We staan weer open voor opbouwende kritiek. We achten de ander hoger dan onszelf. Patsen niet langer met ons intellect of status. We zijn leiders met karakter. Of zoals Marc Driscolli, voorganger van de snel groeiende kerk Mars Hill Church in Seattle over leiderschap zegt: “Leiderschap is niets meer dan vertrouwen, gebaseerd op karakter. Je ziet iemands karakter, je vertrouwt dat karakter, en omdat je die persoon vertrouwt, volg je hem.” |
| < Vorige |
|---|



